Geschiedenis van Jodo
De ontstaansgeschiedenis van jodo is een prachtig verhaal. Wat waar is en wat niet, valt na ruwweg 400 jaar niet meer te herleiden. Er zijn dan ook verschillende versies van het verhaal te vinden. We zullen er hier één kort vertellen, maar in alle versies zijn de hoofdrolspelers Muso Gonnosuke en Miyamoto Mushashi.

Versie uit Shimizu Takaji’s “JODO KYOHON” (jodoleerboek).

In de tijd dat Muso Gonnosuke in Edo (het huidige Tokio) verbleef, vocht hij vele duels uit met beroemde zwaardvechters en verloor niet eenmaal. Op zekere dag kwam het tot een duel met Miyamoto Musashi. In dat duel viel hij Miyamoto Musashi’s jujidome (gekruiste wering met twee zwaarden) aan, maar hij kon noch vooruit, noch achteruit bewegen en werd door Musashi verslagen.

Daarop trok Gonnosuke het land door om zich verder in de krijgskunsten te bekwamen (musashugyo) en zijn gedachten waren verguld van slechts een ding: “Hoe kan ik Musashi’s jujidome verslaan?”.

Na enkele jaren kwam hij in de huidige Fukuoka prefektuur aan, waar hij een heilige berg beklom en zich in contemplatie terugtrok. Na zevenendertig dagen verscheen een kind in een droom en gaf hem een orakel: “Neem een ronde houten stok en denk aan suigetsu (plexus solaris)”. Daarop maakte hij een hardhouten stok van vier shaku, twee sun en een bun (128cm) met een doorsnede van acht bun (26mm). Met dit wapen combineerde hij de technieken van het kenjutsu (zwaard), sojutsu (speer) en naginata jutsu (hellebaard) en versloeg daarmee de jujidome van Musashi.

Daarna kwam hij in dienst van de Kuroda Han (Japan was in die tijd opgedeeld in Han, een soort provincie met behoorlijke zelfstandigheid), waar hij het jodo aan tientallen leerlingen onderwees.